Fliek of kletsblaai: het Afrikaans is eksie-perfeksie!

Ongeveer vier jaar geleden is ANNA, het eerste groot woordenboek Afrikaans-Nederlands, van de pers gerold. Maar wat is dat Afrikaans nu eigenlijk? Want geef toe: wij als nederlandstaligen verstaan maar weinig van de zin “Moenie in die bos draai loop nie!”. Ik licht het kort even toe.

Het Afrikaans, of ‘die Afrikaanse taal’, wordt vandaag in Zuid-Afrika en Namibië gesproken. Het is een dochtertaal van het Nederlands en het is dus niet verwonderlijk dat ongeveer 95 procent van de woordenschat een Nederlandse herkomst heeft. Als nederlandstalige toeristen kunnen wij dus wel min of meer ons mannetje staan in Zuid-Afrika. Het Afrikaans wordt door tien miljoen moedersprekers gesproken. Ter vergelijking: het Nederlands is de moedertaal voor zo’n 23 miljoen mensen.

Het Afrikaans is tegelijk een taal van bezetting en een taal van strijders. Het ‘jonge’ Afrikaans gaat terug op de 17e eeuw toen Nederlandse en Belgische kolonisten zich in de regio van Kaapstad vestigden op hun weg naar het exportrijke Azië. Op die manier kwam er langzaam een nieuwe taal tot stand: het ‘gecreoliseerd Hollands’ die werd gesproken door de Hottentotten – de inheemse bewoners van Kaapstad. Het gecreoliseerd Hollands ontwikkelde zich steeds meer apart van het Nederlands en onder invloed van de talen van andere kolonisten en slaven die zich in Kaapstad vestigden. In 1925 werd het Afrikaans erkend als een van de officiële talen van Zuid-Afrika. Tijdens het Apartheidsregime zongen of dichtten verschillende Afrikane anti-apartheidsstrijders in het Afrikaans.NL_Afrikaans language_intextNL

Hoe ziet dat Afrikaans er nu uit? Het Afrikaans heeft verschillende kenmerken. Zo worden de werkwoorden nauwelijks vervoegd en is er maar een bepaald lidwoord: die (die huis, die vrou). Maar wat het Afrikaans net zo interessant maakt, is dat zijn woordenschat heel beschrijvend is. Dat zorgt voor ons nederlandstaligen soms voor grappige woorden als de volgende:

 

  1. Robot: als je aan de robot links moet afslaan, ga je best niet op zoek naar een R2-D2. Robot in het Afrikaans betekent gewoon verkeerslichten.
  2. Als je in Kaapstad op zoek gaat naar een party zal je waarschijnlijk geen feestje vinden. Party is een Afrikaans telwoord en betekent sommige.
  3. Verkleurmannetjie: wel, welk klein mannetje kan er beter van kleuren veranderen dan een kameleon?
  4. Wipmat: een mat om op te wippen is voor alle duidelijkheid een trampoline.
  5. Koffiemoffie: logisch, want een stewardess brengt je altijd koffie!
  6. Een duikweg is een tunnel.
  7. Het Afrikaans is eksie-perfeksie, ja zo fantastisch!
  8. Moltrein: een trein voor een mol is duidelijk een metro.
  9. Kameelperd: wat maken een kameel en een paard samen? Een giraffe!
  10. Fliek is niet zoals in België een ander woord voor politieagent maar betekent gewoon bioscoop.
  11. Als je bij de kapper zit, kan je rustig door een kletsblaai of een tijdschrift bladeren.
  12. Bollemakiesie: als je een bolletje maakt met je lichaam, doe je een koprol!

En voor de nieuwsgierigen hier “Moenie in die bos draai loop nie!” betekent dat je in het bos niet naar het toilet mag gaan. Maar dat is natuurlijk niemand van plan.

banner_nl[English]

You might also like: